Gerjan & Yvonne op reis

Nieuw Zeeland deel III

Route: Wellington, Levin, Opunake, Egmont National Park (Mount Taranaki), New Plymouth, Waitomo, Tongariro National Park, Motutera, Taupo, Rotorua, Cambridge, Orewa, Whangarei, Ahipara, Paihia, Auckland

Wellington is de hoofdstad van Nieuw Zeeland, en staat vooral bekend om het parlement en zijn vele ambtenaren. Nadat we van de ferry kwamen hebben we in de middag alvast even rondgelopen door de stad en het plan gemaakt voor de volgende dag.  's Ochtends als eerste het bekende en gratis museum ‘Te Papa Tongarewa' bezocht. Dit grote museum (tentoonstellingsruimte van drie voetbalvelden) verteld de verhalen van Nieuw Zeeland. Van dier en natuur tot Maori en de latere landbouwcultuur. Na hier een tijdje te hebben rondgekeken, zijn we gaan lunchen om daarna met de Cable Car (opgericht in 1902 om de nieuwe buitenwijken met de stad te verbinden) naar de Botanic Gardens te gaan. Vanaf het hoogste punt met mooi uitzicht over Wellington en de haven omlaag gelopen, terug naar de stad. De Botanic Gardens maakten niet heel veel indruk, wellicht door het grijze weer en de flinke wind, die kenmerkend is voor Wellington. Na de wandeling naar de camper via het parlementsgebouw terug gelopen te hebben zijn we al een stuk bij Wellington vandaan gereden en hebben we overnacht in Levin.

's Ochtends vroeg doorgereden, waarbij we onderweg in een heel klein dorpje met de naam ‘Bull' ineens een Nederlandse vlag zagen. Dit bleek een klein winkeltje te zijn, gerund door Nederlanders die inmiddels al ruim 35 jaar in Nieuw Zeeland wonen. Na het inslaan van een pak pure hagelslag (Albert Heijn Euroshopper) en een stukje heerlijke oude kaas volgde de weg door een heuvelachtig gebied naar Opunake, direct aan zee. Opunake was voor ons de overnachtingsplek voor we de volgende dag Egmont National Park in zouden gaan. Egmont National Park is een Nationaal Park dat vooral bekend is vanwege Mount Taranaki, een 2518m hoge slapende vulkaan. Opnieuw geluk met het weer, want hoe dichterbij we kwamen hoe meer Mount Taranaki uit de wolken kwam. In dit park hebben we twee wandelingen gemaakt, waarvan de eerste naar de18m hoge Dawson Falls de mooiste was.

In de middag zijn we doorgereden naar de redelijk grote stad New Plymounth.  Misschien komt het doordat Nieuw Zeeland relatief erg jonge steden heeft, maar ook New Plymouth is geen gezellige en interessante stad. Handig voor een overnachting, het inslaan van boodschappen en het drinken van een bak koffie op een terrasje, maar daarna snel weer verder waarvoor we gekomen zijn: De natuur! Na een inspannende avond (Mayke en Gerjan tafeltennissen, ik hard aan het studeren) en goede nachtrust zijn we de volgende ochtend op tijd vertrokken richting Waitomo.

Hier hadden we in de middag een tourtje geboekt om de bekende Waitomo Caves te ontdekken. Waitomo bestaat uit een gebied met 360 grotten, waarvan er negen zijn opengesteld voor toerisme. Ieder toeristenbureautje heeft dus zijn eigen grot. Wat de Waitomo Caves naast de bekende kalksteenformaties zo bijzonder maakt zijn de gloeiwormen. Met in totaal vijf personen (inclusief onze gids) vertrokken we met een busje naar een afgelegen plek in de heuvels. Hier kregen we onze uitrusting: Een wetsuit, een soort pyjamabroek, kaplaarzen en een helm. Na nog een stukje rijden kwamen we aan bij de start van ons avontuur. Na op het gras een beetje geoefend te hebben met wat technieken voor het abseilen was het als eerst de beurt aan mij om al abseilend de grot in te gaan. Al snel stond ik diep beneden met mijn beide voeten op de grond om vervolgens Gerjan en Mayke omlaag te zien komen, gevolgd door een meisje uit Taiwan en de gids. Als eerste volgde tijdens wat uitleg over het ontstaan van de grotten het echte ‘caven': Jezelf door enorm smalle gaten en gangetjes  wurmen, terwijl je van te voren eigenlijk denkt dat het nooit zal passen. Na een tijdje verschillende delen van de grotten bewonderd te hebben was het tijd voor de eerste ervaring met gloeiwormen. We zagen ze al om ons heen schijnen, maar op het moment dat je allemaal het lampje op je helm uitdoet lijk je onder een sterrenhemel te zitten die zich niet alleen boven je bevindt, maar ook overal om je heen.  Heel bijzonder dat zulke kleine beestjes zoveel licht kunnen geven! De gloeiwormen zijn eigenlijk een soort larven, die na gemiddeld negen maanden voor twee weken een cocon maken. Na het uitkomen leven de vrouwtjes gemiddeld nog één dag om na bevruchting eitjes te leggen, en de mannetjes iets langer. Dit komt doordat er meer vrouwtjes dan mannetjes zijn, dus het mannetje heeft een paar dagen flink wat werk te verrichten! We hadden allemaal een grote rubberen binnenband meegekregen, en al liggend in deze band zijn we onder de sterrenhemel door de compleet donkere grot gedobberd. Nadat Gerjan en ik ook nog vanaf een hoge rots met de band onder onze kont met een paar meter vrije val het donkere water ingesprongen waren was het tijd voor de laatste uitdaging: Al rotsklimmend weer omhoog vanuit de grot. Voor ons allemaal een peulenschil en al snel stonden we weer te knipperen tegen het felle daglicht. Erg leuke tour, en heel speciaal om de gloeiwormen zo te zien!

Na een nachtje op een camping tussen de heuvels van Waitomo vervolgde onze trip naar Tongariro National Park. Hier zouden we een één van de mooiste dagwandelingen van Nieuw Zeeland gaan maken: een 7 uur durende tocht over vulkanisch terrein. Je wordt met een bus afgezet op punt A en loopt 19 km naar punt B, waar de bus in de middag elk uur rijdt om toeristen terug te brengen.  's Ochtends stonden wij braaf om iets voor zeven klaar bij de busstop, om daar het nieuws te krijgen dat er geen bussen vertrokken. Het slechte weer dat voorspelt was, leek eerder te zijn gearriveerd dan verwacht en de wind op de berg had al behoorlijke snelheden bereikt. Uit veiligheidsoverweging werden de busritjes van die dag dus geannuleerd, en leken de berichten voor de volgende dag ook niet goed. Toch wel een beetje teleurgesteld zijn we begonnen aan ons andere plan: de ‘Tama Lakes Tramping Track'. Een tocht van 17 km die naar twee grote kratermeren leidde. Onderweg hebben we op verschillende plaatsen de wind flink gevoeld, maar bleef het weer verder goed genoeg. Na heel wat klimmen en dalen bereikten we na vijf uur de camper weer. We zijn een alvast een stuk richting Taupo gereden om te overnachten. De volgende ochtend hadden we een tourtje geboekt op Lake Taupo, het grootste meer van Nieuw Zeeland.

Lake Taupo is zo'n 26.000 jaar geleden gevormd door één van de grootste vulkaanerupties die bekend zijn. Bij de uitbarsting is ruim 1100km3 lava uitgespuwd (1 km3 is 1 km lang, 1 km breed en 1 km hoog, dus probeer je maar een voorstelling te maken!). Het meer is zo'n 619km2 groot en op de achtergrond zijn de toppen van Mount Togariro, Mount Ngauruhoe en Mount Ruapehu te zien.  Tijdens onze tocht over dit meer kwamen we langs enorm grote en mooie huizen op toppen van heuvels, en langs een grot waar verschillende Maori kunstwerken te zien waren; Beelden van dieren uitgehakt in rots en verschillende carvings in de rotsen.  Eenmaal weer voet aan lang gezet te hebben zijn we via de Huka Watervallen naar ‘Craters of the Moon' gereden. Dit was onze eerste kennismaking met een gebied waar de vulkanische activiteit nog duidelijk te merken is:  Via een wandeling van ongeveer een uur zijn we langs rokende holen en borrelende modderpoelen gekomen, en konden we alvast kennismaken met de zwavellucht die hierdoor vrijkomt (beter bekend als de rotte eieren..).

's Avonds overnacht in Rotorua, dat bekend staat als ‘vulkaanhoofdstad' van Nieuw Zeeland én van de wereld. Mayke en ik hebben gebruik gemaakt van één van de thermale baden, en hebben vervolgens onze badkleding verschillende malen moeten wassen om de zwavellucht er nog uit te krijgen. Na 's nachts slecht geslapen te hebben (de enorme stank die met vlagen door de wind de camper in werd gevoerd hield ons wakker) zijn we in de ochtend vertrokken naar ‘Waiotapu Thermal Wonderland'. Klinkt als een themepark, en dat is het ook wel een beetje, maar los daarvan is het ook een geweldig mooi stukje natuur. We zijn gestart met de altijd stipte geiser Lady Knox. Elke dag om 10.15u spuit deze geiser water en stoom de lucht in. Toegegeven: Niks natuurlijks aan. Lady Knox krijgt natuurlijk wat hulp van een parkmedewerker die waspoeder in de geiser strooit, waardoor de oppervlaktespanning van het water verandert de hete onderlaag zich mengt met de koude bovenlaag van het water, wat ervoor zorgt dat stoom en water een uitweg zoekt naar buiten. Zonder dit waspoeder zou de geiser uit zichzelf waarschijnlijk elke 24 tot 72 uur tot uitbarsting komen, maar zonder garantie op een spuitende geiser kun je toeristen natuurlijk geen 30 dollar entree laten betalen...  Hierna zijn we gestart aan de wandeling door het park. Nog meer dan de dag ervoor kwamen we langs borrelende, bruisende en stomende kraters, die van okergeel tot donkerrood gekleurd stuk voor stuk een vieze zwaveldamp uitstootten. En nee, die geur went niet! De Champagne Pool is een zacht bruisend kratermeer van zo'n 60m diep en een temperatuur van 74 graden met een mooie okerkleurige versteende rand. Het Artist Palette met de door verschillende mineralen gekleurde ondergrond doet inderdaad denken aan een schilderspalet.

 

Na het hele park doorgelopen te hebben zijn we het stadje Rotorua zelf ingegaan, in de hoop weer wat souvenirs te kunnen shoppen. Opnieuw een redelijk troosteloze stad, dus besloten om de stank in dit gebied te verlaten en alvast verder naar het noorden te rijden. We zijn gestopt in Cambridge, duidelijk dé paardenstreek! Farm na farm kwamen we tegen, met prachtige omheiningen en veel mooie paarden. 's Avonds lekker uit eten geweest in één van de twee restaurantjes die geopend waren op deze maandagavond. Cambridge vonden wij tot nu toe één van de weinige mooie stadjes. Het centrum zelf is klein en niet bijzonder, maar er staan nette en afgewerkte huizen met mooie tuinen.

's Ochtends via Auckland (druk! Eindelijk weer eens een echte snelweg met drie banen, toeterende auto's en duizend-en-één afritten om je heerlijk in verwarring te brengen) zijn we terecht gekomen in Orewa. Orewa is een klein stadje dat direct aan het strand ligt en met name bestaat uit toeristische accommodaties. Gelukkig was ook hier een Nederlands winkeltje te vinden en konden we weer een mooi stuk oude kaas inslaan! Vanuit Orewa zijn we doorgereden naar Whangarei. Dit viel een beetje tegen, maar had wel een mooie kleine haven waar we in het zonnetje wat hebben gedronken op een terrasje, nadat we weer een paar souvenirs hadden gekocht (we komen er wel...).  De volgende ochtend zijn we in Whangarei naar het Ah Reed Kauri Park gereden. In dit bos staan Kauri bomen van zo'n 500 jaar oud. Enorme bomen, niet op foto vast te leggen hoe groot. Raar idee dat deze bomen hier al zo lang staan en het hele landschap al decennia na decennia hebben zien veranderen. Uiteraard is er nog maar een schijn van het aantal bomen over dat ooit geleefd heeft, omdat deze houtsoort én de hoeveelheid perfect was voor het maken van kano's (Maori's) en velen jaren daarna voor de Westerlingen om huizen en schepen te bouwen. In de middag zijn we via een hele mooie route naar Puketi Forest gereden, waar we de Manginangina Kauri Walk hebben gedaan. Met 15 minuten nauwelijks een ‘walk' te noemen, maar wel de moeite waard want ook hier weer een aantal gigantische reuze Kauri's in dit bos.  Hierna volgde overnachtingplaats Ahipara. We zijn er via de meest Noordelijk gelegen stad van Nieuw Zeeland ‘Kaitaia' heen gereden (tevens de meest verschrikkelijke stad die wij gezien hebben).Chagrijnige, onverzorgde mensen, die met name op straat rondhingen en er een grote bende van maken. Onze camping in Ahipara was gelukkig prima, en lag direct aan ‘90 Mile Beach', waar we de volgende dag overheen zouden scheuren met een geboekte tour.

Zo gezegd, zo gedaan. De volgende morgen vanuit Kaitaia (jep, we mochten weer terug naar ons favoriete stadje om daar in de bus te stappen) zijn we langs het Ancient Kauri Kingdom gereden. Een veel te dure winkel met allerlei mooie houtprodukten van de Kauri. In het midden van de winkel leidt een enorme trap gemaakt uit één Kauri boomstam naar de tweede verdieping. Er staat een houten bank van 55.000 dollar te koop, en stoelen van 20.000 dollar...  Met uitleg van een gids die zichzelf veel te grappig vond (zie ** voor een paar van zijn vele grappen. Geeft dit de kansloosheid van Kaitaia aan?) en een bus vol mensen die gemiddeld 30 jaar ouder waren dan wij (en de beruchte grappen wel leuk vonden) reden we naar verschillende plekken in Northland. Boeren die hun veld omploegen in de hoop Kauri boomstronken die onder duinzand bedolven zijn te vinden omdat dit ze duizenden euro's oplevert, heel veel koeien en prachtige ruige baaien. Na de door het tourbureau verzorgde ‘fresh lunch' die bestond uit Scones in een plastic pakje en zeewier crackers reden we naar Cape Reinga. Cape Reinga is volgens de Maori de plek waar de geest van de overledene het lichaam en land verlaat. Een enorm mooie plek, met name bijzonder omdat precies op de punt van de Cape de Tasman Sea en Pacific Ocean samenkomen, wat met de gigantische wind die er staat een ruig golvenspel oplevert. Niet ver van Cape Reinga volgde dé activiteit van de dag: Sandsurfen! Met een board de steile duin opklimmen, in de zon door het mulle fijne zand. Nog voor je boven bent heb je overal zand zitten en ben je bekaf, maar zodra je van de steile berg naar beneden zoeft schiet je adrenaline niveau weer hoog genoeg om je nog een keer de duinen op te laten klimmen voor een tweede keer. De helft van de bejaarden uit onze bus heeft beneden staan wachten en met onze camera's deze activiteit vastgelegd.  De weg terug naar Kaitaia ging over '90 Mile Beach'. Dit is een breed strand, dat werkelijk als geregistreerde weg op de kaart staat. Dit strand is geen 90 mijl lang, maar ‘slechts' 64 mijl, en met een vaartje van 120 km per uur waren we er dan ook al snel overheen.

Op het eind van de dag weer een stukje terug gereden richting het Zuiden, om drie nachten door te brengen in Paihia. Na het sandboarden, wandelen en het vele rijden van de afgelopen dagen hadden we eindelijk een dagje niks op schema. Heerlijk uitgeslapen, voor zover je daarvan kan spreken op een camping. Lekker rustig aan gedaan, 's middags door het stadje gelopen en Fish and Chips als lunch gehaald en aan het strand opgegeten. Uiteraard werden we weer omringd door tientallen zeemeeuwen die op zoek waren naar een goedkoop maaltje.  Na een dagje niks doen werd het weer tijd voor wat actie, en dus stonden we de volgende ochtend bij de kleine haven van Paihia om met nog zes anderen aan boord te gaan van een zeilboot. Na een korte uitleg van de schipper voeren we uit, en al snel werd iedereen aan het werk gezet om het zeil te heisen, te sturen of overstag te gaan. Een schipper die al vanaf zijn achtste zeilt weet heel behendig de donkere wolken met regen te omzeilen en dus hebben we slechts vijf minuutjes wat miezerregen gehad, daarna een heerlijk zonnetje. Vlak voor de lunch kwamen we op een plek waar weer een grote groep dolfijnen was. Omdat het paringseizoen is, willen de mannetjes indruk maken en dit was voor het eerst dat we ze zover en zo vaak uit het water hebben zien springen. Ook was er een echte jonge en kleine babydolfijn bij deze groep.  Met een klein motorbootje werden we aan land van één van de eilanden in The Bay of Islands gebracht en zijn we naar een mooie lookout gelopen, terwijl de schipper terug naar de boot ging om de lunch te maken. Op deze lookout was er een 360 graden zicht op verschillende eilanden, erg mooi! Terug op de boot kregen we dit keer wel een echte fresh lunch, waarna er nog tijd was om te kajakken, snorkelen of , in ons geval, de schipper uithoren over het resort op Fiji waar we ons laatste weekje zullen doorbrengen.

 

Blijkbaar een goede keuze gemaakt, want hij en zijn vrouw zeilen elk jaar naar Fiji en verblijven dan minstens een paar weken bij dit resort.  Op de terugweg hadden we letterlijk en figuurlijk de wind in de zeilen en gingen zelfs harder dan boten die op de motor voeren. Na een dagje uitwaaien op zee was het Mayke's beurt om de laatste keer te koken in de camper. Ze heeft er een ongelooflijke bende van gemaakt, maar de pasta Carbonara was wel heel goed gelukt.

Vandaag zijn we doorgereden naar een plaatsje 12 km onder Auckland. Op dit moment zijn Gerjan en Mayke hun tassen al aan het inpakken, zodat we morgenochtend de camper kunnen inleveren. Morgen volgt nog een dag en nacht in Auckland, voordat Mayke naar huis vliegt en wij naar Fiji vertrekken. Onze aller-allerlaatste week van een halfjaar reizen is dan aangebroken. Een dubbel gevoel: Aan de ene kant hebben we heel veel zin om weer naar huis te gaan, iedereen te zien en weer aan het werk te gaan (we zijn helemaal  uitgerust en klaar voor de strijd!), aan de andere kant is dit half jaar voorbij gevlogen en zijn er nog zoveel meer mooie plaatsen die we graag willen zien. En daar is geld voor nodig!! Daarom gaan we morgen eerst op 190m hoogte een luxe uit eten in de Skytower, waarna we ons geluk gaan beproeven in het casino. Wie weet winnen we de bakken geld die we het afgelopen half jaar hebben uitgegeven zo weer terug

Wink

Voorlopig de laatste blog! We hopen dat jullie het allemaal leuk vonden zo op de hoogte te blijven en dat jullie af en toe hebben kunnen wegdromen bij alle mooie plekken die we bezocht hebben.

We zullen nog even een nabeschouwing plaatsen met onze persoonlijke Top-10 zodra we weer gesetteld zijn in Nederland!!

** ‘Do you like seafood? Yes? Me too! When I sea food I always want to eat it' ‘I do a lot of fitness, I stand up every night to walk from the sofa to the fridge to get my beer'

Nieuw-Zeeland deel II

Route: Invercargill, Te Anau, Milford Sound, Queenstown, Wanaka, Fox Glacier, Hokitika, Westport, Motueka, Abel Tasman, Nelson, Picton

Invercargill is een klein stadje waar niet veel te doen is.  Na 's ochtends even rondgekeken te hebben en wat foldertjes verzameld te hebben zijn we doorgereden naar Te Anau. Te Anau ligt in het Fiordland National Park, een soort Noorwegen maar dan aan de andere kant van de wereld. Met een oppervlakte van 21.000 km2 is dit het grootste natuurpark van Nieuw Zeeland. In Te Anau zelf is niet veel te doen, maar het is een stadje dat dient als uitvalsbasis voor allerlei tochten naar de ‘Sounds'. Wij hebben gekozen voor een cruise op de Milford Sound, vooral vanwege de Milford Road die naar de Sound leidt. De Milford Road is een 121 km lange weg die tot werelderfgoedweg is benoemd. Hoewel we tot nu toe steeds geluk hadden met het weer (alleen een keer 's nachts regen gehad) begon het nu 's nachts te miezeren en de volgende ochtend bij het wegrijden was alles grijs en mistig en kwamen we erachter dat we echt heel slechte ruitenwissers hadden. De Milford Road slingerde alle kanten op, bergop en bergaf, en door de mist was er maar weinig te zien van de omgeving. Ruim twee uur later kwamen we aan bij de haven van Milford Sound, en werd het gelukkig droog. Er kwam zelfs een stukje blauwe lucht tevoorschijn!

In een mysterieus landschap; groene bergen, blauw water en witte laaghangende wolken, vertrok onze ferry voor een tocht van 2,5 uur. De Milford Sound is een fjord van 16km lang, vooral bekend omdat door de vele regen die hier valt een laag van 3 a 4m zoet water op het zoute water ligt, en door de Mitre Peak. De Mitre Peak is een piramidevormige berg van 1692m. hoog die rechtstreeks uit de diepe fjord oprijst. Door de wolken konden we de piek niet zien, maar in de verte kwam gelukkig steeds meer blauwe lucht tevoorschijn. Onderweg kwamen we een kolonie spelende zeehonden tegen, die elkaar achterna zaten in het water en op de rotsen. Door de regen waren er verschillende watervallen te zien.

Eenmaal aangekomen bij zee was het weer volledig opgeklaard en de terugweg gaf ons een heel ander beeld van de Sound: Groen, strakblauwe lucht en na dagenlange afwezigheid zaten er ineens verschillende groepen bottlenose dolfijnen die met onze boot mee zwommen en wat showtjes weggaven.

Ook de terugrit was totaal verschillend van de heenweg, en we hebben nu kunnen zien waarom deze weg op de werelderfgoedweg staat. Een aantal stops gemaakt en geluncht met uitzicht op de bergen. Helaas wel (voor het eerst) de hele dag last gehad van Sandfly's. Ik had weer geluk met mijn medereizigers die opnieuw aantrekkelijker bloed leken te hebben.

De tweede dag in Te Anau hadden we een paardrijdrit geboekt. Gerjan droomde al vanaf het begin van onze reis van Lord of the Rings-avonturen en dit was dan het moment!!

's Ochtends om half tien hebben we kennis gemaakt met onze nieuwe vrienden voor de komende drie uur: Olly, Montgomery en L.B.

Ze stonden al opgezadeld klaar om te vertrekken dus na het tekenen van een verklaring dat we niemand zouden aanklagen in geval van verwondingen en/of dood (slik.. deze paarden zijn toch wel zadelmak?) konden we opstijgen en reden we de ‘Te Anau Basin' in. Dit is een heuvelachtig gebied dat relatief laag ligt en een 360 graden uitzicht geeft op verschillende grote bergen en toppen. Na 1,5 uur was er een stop om wat te drinken en stonden de paarden braaf te wachten tot ze weer verder moesten. Het laatste stuk bestond voor mij en Mayke uit het drijven van een grote kudde (eigenwijze) schapen. Montgomery had, als lievelingspaard van de eigenaar, al wat ervaring met schapen maar mijn L.B. bakte er weinig van de eerste minuten. Blijkbaar was daarna de motor warm gedraaid want na wat gestuntel (denk je in dat je zo'n 100 schapen door een hek moet drijven, waarachter er nog eens 100 staan. En dan dat de verkeerde 100 schapen de verkeerde kant op rennen zodat je ineens 200 schapen de andere kant op moet zien te krijgen...) kregen we het voor elkaar om al deze onnozele bolletjes wol in de juiste wei te drijven waarna we de paarden een stuk konden laten galopperen. En dat doen ze duidelijk vaker op die plek.. In noodvaart schoten we over het land, van remmen was geen sprake volgens onze vriendelijke viervoeters dus met een pluk manen in onze handen maar gewacht tot ze zelf remden. Met een paar hijgende paarden terug gestapt naar de stal, waar Gerjan (also known as Frodo) al stond te wachten.

Na dit avontuur zijn we naar Queenstown gereden. Duidelijk de feeststad van het Zuidereiland. Veel winkels, cafés en restaurantjes aan opnieuw een mooi blauw meer. 's Avonds lekker uit eten geweest en nadat we het casino uitgestuurd werden wegens ontbrekende ID's (we waren officieel nog niet eens binnen) zijn we ons verdriet gaan verdrinken in ‘Pub on Wharf' waar allerlei volk rondliep. Van backpacker tot engel, van travestiet tot buitenaards wezen. Al snel bleek dat er een verkleedfeest ter ere van de engel haar verjaardag aan de gang was. Gelukkig, we dachten al dat de hallucinaties begonnen na één alcoholisch drankje..

De volgende ochtend souvenirs gekocht en daarna volgde de route naar Wanaka, waarbij we onderweg door Gibbston Valley kwamen, wat een beroemde wijnstreek is. Voor we de vallei inreden hebben we eerst staan kijken bij Queenstowns meest beroemde bezigheid: Bungyjumpen!! Nadat we alle drie besloten hadden dat we niet aan een touwtje met ons hoofd omlaag van een brug wilden springen zijn we na een paar kilometer gestopt voor de eerste winery. Helaas was het wijnproeven niet gratis zoals in Australië, maar tegen een kleine betaling konden we dan toch de beroemde Merlots van deze streek proeven. Met een flesje uit 2007 zijn we verder gereden naar een andere winery, Waitiri Creek, die gevestigd zit in een oud kerkje dat in 1894 voor 240 pond was gebouwd. In 2000 hebben ze er een wijnhuis van gemaakt, nadat het dienst heeft gedaan als community hall en bibliotheek.

Hier hebben we een flesje rosé gekocht en heerlijk geluncht. Daarna de fles veilig gesteld in onze koelkast en onze tocht vervolgd naar Wanaka. Wanaka ligt opnieuw aan een groot blauw meer. Na een middagje de was te hebben gedaan en geluierd te hebben waren we klaar voor de rit naar Fox Glacier de volgende dag. Hier hebben we een halve dagtour geboekt om de Fox Gletsjer te beklimmen. Na een goede nachtrust waren we er helemaal klaar voor en vertrokken we met een paar stevige laarzen van de organisatie met de zon in de rug en de klimijzers in onze tas voor een uitputtend tochtje. Eerst een korte wandeling door de vallei, daarna 800 treden omhoog door het bos om vervolgens op de gletsjer aan te komen en onze ijzers onder te binden en een Alpenstok mee te nemen ter ondersteuning. De eerste gidsen die 's ochtends op de gletsjer aankomen hebben het zwaarste werk: Doordat de gletsjer dagelijks zo'n 1 a 2 meter verschuift, moet er elke dag een nieuw pad gehakt worden. Onze gids had geluk omdat onze tocht pas om tien uur begon. Via een soort trap, die leek op een stapel hele grote ijsblokjes, zijn we een stuk omhoog geklommen. Daarna een uurtje op het ijs gelopen en wat stoere foto's gemaakt met de hakbijl. Niemand gewond geraakt! Hierna volgde de afdaling, en zo'n anderhalf uur later konden we terug in het dorpje genieten van koffie met wat lekkers na ons ijs avontuur.

Op de camping was het Gerjan die ervan overtuigd was dat onze overbuurman Hans Lebbis was (van Lebbis & Jansen). Met een stapel gelezen Viva's om aan Hans Lebbis en zijn partner te geven vertrok hij, om pas na een uur weer terug te komen. Was gezellig dus!

Na Fox Glacier volgde dé plek om Jade, de meest bekende steen van Nieuw Zeeland, te scoren. Wat we tot nu toe hadden gezien vonden we alle drie niet mooi, maar Hokitika zou de oplossing bieden! Na ingecheckt te hebben op een deprimerende camping volgde een tocht naar het centrum. Winkel in, winkel uit maar nog steeds geen mooie jade! Uiteindelijk is Mayke erin geslaagd een stuk onbewerkte steen te scoren, en zijn we vertrokken naar een café met een legendarische naam om koffie te drinken. In Stumpers Café (tja... It's all in the name!) hadden ze de winterspelen aan staan, en met oog op de 10km van Sven hebben we gelijk geïnformeerd hoe vroeg ze open zijn en of we dan schaatsen mochten kijken. Braaf zaten we de volgende morgen klaar om Sven goud te zien winnen. Na eerst verplicht naar skiën en ijshockey gekeken te hebben bleek de tv niet op de juiste zender te staan. Nadat de medewerker van Stumpers het juiste kanaal gevonden had hebben we haar nog twee keer lastig gevallen of het geluid harder mocht, maar uiteindelijk was alles dan ook helemaal perfect: Koffie, tv op de goede zender, geluid hard en Sven aan de start! Jullie weten allemaal hoe dat afgelopen is, dus er was nogal wat voor nodig voor onze Klunende Pinguïn Mayke om deze dag weer een beetje goed te maken.

Op onze route naar Westport hebben we de Pancake Rocks in Punakaiki bezocht. Deze rotsformaties danken hun naam aan de vorm: Het zijn net hoge stapels pannenkoeken. Erg mooi om te zien, maar Mayke was nog niet helemaal vrolijk. Gelukkig bracht een bezoekje aan de zeehonden kolonie op Cape Foulwind daar verandering in. Het duurt even voor je ze herkent omdat ze in eerste instantie dezelfde kleur als de rotsen lijken te hebben, maar al snel zagen we dat dit inderdaad een kolonie was, met heel veel schattige en speelse babyzeehondjes! Na een tijdje te hebben toegekeken zijn we naar Westport gereden, om onze camper op een hele lelijke camping te plaatsen waar het dan eindelijk eens begon te regenen!

De volgende morgen stonden we op met een zonnetje en een blauwe hemel, en vertrokken we naar het Noorden van het Zuidereiland (snappen jullie ‘m nog?).

Onderweg dé vergissing van de reis in Nieuw Zeeland gemaakt door te stoppen bij een lange hangbrug over de rivier, waar we wat foto's wilden maken. Entree 5 dollar, maar dan kon je ook direct een rondje wandelen van een kwartier, dus we besloten onze dollars aan de veel te snel- en gladjes pratende man bij de ingang te geven. Op de smalle hangbrug konden maximaal 15 personen tegelijk, en wat het bungyjumpen in Queensland is voor jongeren, is deze brug voor ouderen: Een hele spannende ervaring! Voetje voor voetje schuifelen over de brug dus, waarbij tegenliggers je wilden passeren zonder hun beide armen van de reling te halen. Tel daar een aanval van zo'n vijftig zandvliegjes per persoon bij op en je snapt de frustratie toen we aan de overkant van de brug waren. Met nieuwe rode en jeukende bulten gestart aan de wandeling.... Die ons over een pad met aan weerskanten struiken van twee meter hoog voerden, om inderdaad na een kwartier weer terug te zijn bij de hangbrug. Stonden daar nu echt dezelfde oudjes nog te stunten om aan de overkant te komen? Ze waren al wel een aantal meter gevorderd...

Verder gereden richting Motueka. Onderweg tientallen bijen gedood met onze camper. Al snel was duidelijk waarom er zoveel bijen zaten: Fruitboomgaarden links en rechts langs de weg: Appels, peren, kersen...

's Middags in Motueka rondgewandeld, weer een nieuwe zonnebril gekocht voor mijzelf (nummer drie..) omdat de vorige achter is gebleven op de gletsjer. 's Avonds voelde Mayke zich even niet zo lekker. Of het lag aan het bedwelmende bezoekje aan een potpourri winkeltje of dat het een late opwelling van vermoeidheid was, geen idee, maar gelukkig was ze de volgende ochtend weer fit zodat we konden kajakken in het Abel Tasman National Park. Na een korte uitleg zijn Mayke en ik samen in een kajak gestapt, en Gerjan in zijn eentje in een andere kajak. Roeien maar! Al na tien minuten had Gerjan een flinke voorsprong en  begonnen bij Mayke en mij de armspieren al te branden.. Na drie kwartier onze eerste stop gemaakt op een stil strandje om even bij te komen. Gerjan had wel een hele mooie manier om uit zijn kajak te komen: Omkiepen. Was natuurlijk niet de bedoeling, al deed hij alsof het zo hoorde...

We zijn in de middag naar Adele Island geroeid om zeehonden en zeeleeuwen te zien, maar deze bleken volkomen afwezig te zijn. Heel dat eind voor niets gepeddeld dus.. Zoals met veel activiteiten die je spieren niet gewend zijn duurde ook deze tocht net een uur te lang. Resultaat: Drie vermoeide en chagrijnige Hollanders op het water, vechtend met de peddels. Gelukkig werd het eenmaal aan land al snel beter.

Vanuit Abel Tasman naar Nelson gereden, waar we de volgende ochtend even rondgelopen hebben. Nelson is met alle Ierse pubs en bloembakken die buiten hangen een soort van klein Dublin. Leuk stadje, en weer een souvenir rijker (ja mama, ik heb iets heel leuks gevonden in de laatste maand!!). 's Middags zijn we naar Picton gereden, rechtstreeks naar de Nederlandse bakker die daar zat. Helaas was het brood al uitverkocht, maar met drie gevulde koeken en de belofte dat er de volgende ochtend meer dan genoeg vers brood zou zijn, vertrokken we naar de camping voor onze laatste nacht op het Zuidereiland.

's Ochtends vroeg naar de bakker gereden, echt bruin brood gehaald dat je niet eerst in de toaster hoeft te doen om het eetbaar te maken volgde een kort ritje naar de ferryterminal. Na een kort woordje met betrekking tot de Tsunami, waarvan wij geen enkele last zouden hebben, konden we de boot oprijden en begon de overtocht naar het Noordereiland!

Nieuw-Zeeland deel I

Route: Christchurch, Geraldine, Lake Tekapo, Twizel, Mount Cook, Hooker Valley, Kurow, Oamaru, Moeraki, Dunedin, Owaka, The Catlins (Nugget Point, Pounawea, Surat Bay, Purakaunui Falls, Purpoise Bay, Curio Bay, Waipapa Point)

Christchurch

Na een korte vlucht van drie uur die ons wel zes uur verder in de tijd bracht (snappen jullie het nog? Opnieuw een andere tijdszone) kwamen we om 22.45 aan in Christchurch. Opnieuw zonder problemen en controles door de douane heen en niet veel later werden we met een shuttle bus voor ons appartement afgezet waar Mayke die middag al aangekomen was na een reis van bijna drie dagen vanuit Nederland. Zo stilletjes als de gemiddelde kamerolifant hebben we onze tassen naar binnen gebracht, maar al snel stond Mayke naast haar bed en hebben we eerst nog lekker wat gedronken en bijgekletst, om daarna de schatten op ons bed te omarmen: een stapel Viva's, dvd's, hardloopschoenen en de nieuwe camera sinds de ander tijdens de duiktrip in Cairns verdwenen was.

De volgende ochtend ontbijt gehaald en daarna Christchurch gaan verkennen. De wandeling startte in Hydes Park waar vele eenden vrolijk kwakend rondstapten, en wij even vrolijk kwakend rondstapten in het ochtendzonnetje. Vanuit Hydes Park het centrum ingelopen, waarbij je het gevoel hebt in een charmant Engels stadje te zijn aangekomen. Wat uiteraard niet mag ontbreken is de Starbucks, dus met koffie, wat fris en muffins om het begin van de vakantie te vieren hier even zitten uitpuffen. De belangrijkste punten van Christchurch (Cathedral, Cathedral Square, Botanic Gardens, Bridge of Rememberance) hadden we in de middag al afgevinkt dus er was genoeg tijd om eens rustig de route voor de komende dagen te bekijken.

Geraldine, Lake Tekapo, Twizel, Mount Cook, Hooker Valley, Kurow, Oamaru, Moeraki Boulders

's Ochtends hebben we de camper opgehaald; voor ons de derde, voor Mayke de aller-aller eerste.  Daarna de weg opgegaan. Deze camper ziet er mooi uit, is lekker ruim en handig ingedeeld. Nadeel is dat ‘ie rijdt als een vrachtwagen en het geluid maakt van een oude grasmaaier, maar gelukkig is Nieuw Zeeland een heel stuk kleiner dan Australië. Na een stapel boodschappen te hebben gehaald, waarbij Gerjan en Mayke (ter info: beiden 30+) hun ID moesten laten zien vanwege de alcohol die zij mee wilden nemen uit de winkel. De medewerkster die de ID's checkte keek uiterst geschokt zodra ze de paspoorten onder ogen kreeg....!

We zijn naar een klein stadje gereden, hebben daar overnacht en zijn de volgende dag naar Lake Tekapo gereden. Een mooi groot meer met een turkoois blauwe kleur. Aan de oever staat de Church of the Good Shepherd: een klein maar erg mooi kerkje, gebouwd uit natuursteen en eikenhout. 's Middags een wandeling langs het meer gemaakt en lekker in de zon zitten lunchen. Daarna doorgereden naar Twizel, een stadje dat ooit opgetrokken was om arbeiders aan de watercentrale een huis je te kunnen geven, maar met man en macht in stand werd gehouden nadat de werkzaamheden klaar waren.

Na een langzame start zijn we tegen tien uur 's ochtends naar Mount Cook National Park gereden. De weg hiernaar toe leidde langs nog meer grote en blauwe meren, met uitzicht op Mount Cook zelf, die steeds meer uit de wolken kwam. Mount Cook (door de Maori's ‘Aoraki' genoemd is met een hoogte van 3764m. de hoogste berg van Nieuw Zeeland en uiteraard is ook over deze berg een legende te vertellen: De berg en de toppen eromheen werden gevormd toen een jongen, genaamd Aoraki, en zijn drie broers uit de hemel afdaalden om Moeder Aarde te bezoeken in een kano. De kano kapseisde en toen de jongens naar de achterzijde van de kano gingen veranderden ze in steen.  Wij zagen er geen drie jongens en een kano in terug, maar de wandeling door Hooker Valley die naar Hooker Lake leidde gaf ons wel mooie uitzichten op Mount Cook. Bij het meer, waar nog ijsschotsen in dreven, geluncht en de wandeling terug gemaakt.  Op het eind van de dag naar Kurow gereden om te overnachten tussen heel veel rondvliegende beesten.

De dag erop door weer een totaal ander landschap naar Dunedin gereden. Een korte stop gemaakt bij Oamaru in de hoop nog wat pinguïns te zien, maar daarvoor hadden we toch echt vroeger of later moeten zijn. Wel wat luierende zeeleeuwen in de zon. Hierna doorgereden naar de Moeraki Boulders. Dit zijn grote ronde stenen die over een lengte van zo'n 50m over het strand verspreidt liggen. Ook hier een Maori legende, maar die zal ik jullie besparen. Feit is dat deze stenen, sommigen met een omtrek van 6m, zo'n 60 miljoen jaar geleden op de zeebodem zijn ontstaan toen kalkzouten zich geleidelijk ophoopten rond een harde kern. Na deze wandeling wilden we gaan lunchen bij het visrestaurant Fleurs, wat helaas afgeladen vol zat. Verder rijden dus maar en ergens anders eten scoren.

Dunedin, the Catlins, Invercargill

's Middags aangekomen in Dunedin. We waren uitgenodigd bij een gezin dat we in Nepal hebben leren kennen en zaten om 7 uur 's avonds in een gigantisch mooi, hoog en statig huis dat uit verschillende grote kamers  bestond en versierd was met Tibetaanse gebedsvlaggetjes. De ligging op een heuvel met aan alle kanten van het huis een ander uitzicht maakt dat het een geweldige locatie is om een huis te hebben. Na het diner hebben we een paar uur allerlei boeken en folders doorgekeken en met behulp van hun kennis en tips de route voor het Zuidereiland grotendeels bepaald.

De volgende dag zijn we naar het gebied Otago Peninsula gereden. Op het uiterste puntje van het vasteland hebben we een bezoekje gebracht aan het Royal Albatross Centrum. Dit is de enige plek ter wereld waar de albatrossen aan land broeden, normaal kiezen ze een eiland ver weg op zee. Zo'n 160 Albatrossen per jaar komen hier terug. We hebben ze helaas niet zien vliegen omdat het een bijna windloze dag was en Albatrossen eigenlijk alleen vliegen bij veel wind, maar wel drie Albatrossen met hun kuikens gezien (dat zijn knapen van zo'n 6 tot 12 kilo!).

Wat feitjes over deze fascinerende grote vogels: In stand hoger dan een meter, spanwijdte van de vleugels is meer dan drie meter. Een Albatros wordt gemiddeld zo'n 60 jaar oud. Ze kunnen harder dan 100km per uur vliegen en leggen afstanden af van meer dan 600km per dag. Jonge Albatrossen blijven zodra ze het nest verlaten zo'n vijf jaar op zee, waarna ze terugkeren naar de plek waar ze geboren zijn om paren te vormen. Een kuiken blijft na uitkomen van het ei zo'n negen maanden op het nest, en weegt na een aantal maanden tegen de 15 kilo. Dit is te zwaar om te kunnen vliegen, maar dit gewicht is nodig om goed te kunnen ontwikkelen. Na een paar maanden verliezen ze gewicht en kunnen ze leren vliegen. Vader of moeder is altijd aanwezig bij het kuiken, om het te beschermen tegen de zon. Een jonge Albatros heeft namelijk een heel gevoelig huidje met pluisveren die wel tot 12 cm lang worden voordat ze hun volwassen verenpak krijgen.

Na dit bezoek hebben we nog wat zeeleeuwen bekeken die in de zon lagen bij te komen van hun visjacht en zijn we rustig via allerlei mooie uitkijkpunten naar Dunedin Centrum gegaan. Het was Valentijnsdag en Gerjan had het genoegen om met twee dames naar de bios te mogen. Na de film zijn we snel gaan koken, want we hadden nog een avondprogramma: Sinds Mayke lid is van ‘de Klunende Pinguin' hebben we een missie: We moesten en zouden deze schuwe diertjes natuurlijk wel in het wild gaan bewonderen. Pinguïns zijn van nature erg schuw en je moet op het juiste moment op het strand zijn om ze vanuit het water naar hun holen in de duinen te zien waggelen.

Na op een avontuurlijke plek te hebben geparkeerd volgde een wandeling van 40 minuten naar het strand. Toen we richting de rotsen liepen waar de meeste pinguins aan land zouden komen kwam er ineens een eend-achtig diertje aan gezwommen, dat in de branding opstond en met zijn vleugeltjes wijd begon te wandelen. Nadat Mayke een tijdje op en neer heeft staan springen (is dat nou klunen??) en de nodige foto's en film geschoten te hebben zijn we verder gelopen. Op het eind van het strand hebben we er nog een heel stel gezien, allemaal snelle klimmers die de heuvelachtige duinen in liepen om hun kinderen te voeren. Op de terugweg kwam er bijna op het zelfde stuk strand nog een pinguïn uit het water die wat later terug was van zijn dagje vissen. Hoewel we bijna in het donker de tocht terug naar de camper nog moesten maken waren we natuurlijk zeer voldaan met onze ‘Mission Accomplished'.

Na Dunedin volgde ‘The Catlins', genoemd naar een kapitein die vaak vanuit dit gebied goederen vervoerde naar Australië. Na een avond te hebben doorgebracht op een kleine camping was het de volgende ochtend alweer tijd voor het volgende avontuur van deze drie musketiers: Op zoek naar Wildlife! Surat Bay was onze eerste bestemming, vanwege de kolonie zeeleeuwen die hier vaak te vinden zijn. Al snel zagen we de eerste flink grote zeeleeuw liggen. Erg stil liggen. En hij lag er ook wel een beetje raar bij eigenlijk, en al die vliegen op zijn kop en die gekke bruine kleur? Na een tijdje te hebben staan observeren kwamen wij tot de treurige ontdekking dat deze zeeleeuw dood was. Omdat Mayke moest oefenen met haar nieuwe camera toch wat dichterbij gegaan en een foto geschoten... Waarna ze gillend wegrende omdat deze luie zeeleeuw ineens zijn grote kop optilde en zeer verstoord naar ons keek. Het beest lag dus gewoon te luieren in de ochtendzon! Na nog een aantal soortgenoten gezien te hebben (zeeleeuwen kunnen herrie maken!) hebben we langs de kust van de Catlins nog wat andere stops gemaakt, en een glimp opgevangen van de kleine zwart-witte Hector dolfijnen. Bijzonder was ook Curio Bay. Bij eb is hier een 160 miljoen jaar oud gefossileerd regenwoud te zien.

In de avond aangekomen in het meest zuidelijke stadje van het Zuidereiland: Invercargill. In ieder geval de meest schone en nieuwe camping die we tot nu toe hebben meegemaakt!

Australië deel V

Route:  Atherton, Hughenden, Mount Isa, Boulia, Winton, Bladensburg National Park, Augathella, Toowoomba, Lennox Head, Byron Bay, Murwillumbah, Mount Warning, Night Cap National Park, Tweed Heads, Surfers Paradise, Cleveland, North Stradbroke Island (Point Lookout, Amity Point), Brisbane

Atherton

Met ons nieuwe voertuig, een Adventure camper, zijn we na een dodelijk saaie instructievideo bekeken te hebben bij Apollo naar Atherton gereden. Wanneer het 's nachts regent kom je al snel te weten op welke plaatsen de camper lek is.. Juist: Bij het bed. Na wat bakjes hier en daar geplaatst te hebben konden we weer een paar uur verder slapen en dromen over het vervolg van onze reis.

Na een beetje puzzelen en rekenen besloten we de volgende ochtend om niet zoals plan A was naar Alice Springs te rijden. Dit zou een rondrit van ruim 7000 kilometer zijn in twee weken, en eigenlijk hadden we allebei meer zin om wat rustiger aan te doen. Route ingekort naar ongeveer de helft van het aantal kilomters, om naar plan B, Diamantina National Park te kunnen. Diamantina is een redelijk ruig NP, alleen toegankelijk voor 4-wheel-drives.

Mount Isa, Boulia, Winton, Bladensburg National Park, Augathella

Dezelfde ochtend naar Mount Isa gereden. Mount Isa is één van de eerste stadjes vanuit Cairns waar je het ‘outback gevoel' krijgt. Dit begint al met de weg ernaar toe: Honderden kilometers over zowel verharde als onverharde wegen waarbij je eens in de paar uur een medeweggebruiker tegen komt, , kale rotsachtige landschappen met rode aarde en zo nu en dan een roadtrain. Roadtrains zijn zoals de naam al doet vermoeden gigantische wagons, maar dan op de weg. Deze roadtrains denderen met een enorme snelheid over de wegen en gaan voor niets en niemand aan de kant. Dit verklaart ook direct de grote hoeveelheden dode kangoeroes langs de weg.  Aangekomen in de stad zie je cowboyhoeden, rode aarde en een brandende zon. In Mount Isa het Visitor Information Center opgezocht om navraag te doen over het Nationaal Park (NP), betreffende wegen die eventueel waren afgezet in verband met de vele regen. Volgens de dame achter de balie was echter alles vrij en toegankelijk, dus vol goede moed zijn we de dag erop na extra boodschappen, water en diesel gehaald te hebben naar Boulia gereden, een stadje met 300 inwoners dat redelijk dicht aan Diamantina NP ligt. Boulia is met name bekend vanwege ‘het licht'. Volgens de legende zou er sinds 1912, toen er een hotel is afgebrand, regelmatig een wit ovaal licht te zien zijn op de plaats van de begraafplaats. Naast dit verhaal is Boulia ook wereldberoemd (ahum) vanwege het vier miljoen dollar kostende sportcomplex  met een groot zwembad. Toen wij in Boulia waren en wilden ontsnappen aan de hitte (40 graden) en vliegen (minstens een miljoen) en dus het zwembad indoken, waren wij de enige bezoekers.

Alsof dit nog niet genoeg was om een klein stadje zo spannend te maken, kwamen er tijdens het douchen grote gifgroene kikkers door het doucheputje gekropen.  Hoe zulke grote kikkers door zulke kleine gaatjes komen snappen we nu nog niet... De volgende morgen voor een laatste wegen-check naar het Visitor Information Center gegaan. Hier kregen wij, nadat de dame achter de balie het dubbel had gecontroleerd, het bericht dat Diamantina NP al weken dicht was en pas op 8 februari weer toegankelijk zou zijn, afhankelijk van de weersomstandigheden. Fijn, en bedankt mevrouw uit Mount Isa!!

Tijd voor plan C dus. Daar zit je dan, letterlijk in The middle of Nowhere, al stofhappend en vliegen van je af jagend de desillusie te verwerken. We zijn naar Winton gereden, om daar in de buurt naar een ander (kleiner) NP te gaan. En dan wordt je om tien uur 's ochtends op een stoffige onverharde weg aangehouden door een bolbuikige politieagent die een..... alcoholcontrole aan het doen is!! Uiteraard was alles in orde, maar op de vraag waarom op dit tijdstip en op deze afgelegen plek een controle was zijn antwoord dat mensen in de Outback graag de dag mogen beginnen met een biertje. Proost jongens!

Winton met maar liefst 900 inwoners is de volgende ‘booming city' en om twee redenen beroemd in Australië: De nationale luchtvaartmaatschappij Qantas is hier gestart én het nationaal volkslied ‘Waltzing Matilda' komt hiervandaan. Ook hier geen bereik met onze telefoon, wel duizenden vliegen en hitte. In een winkeltje twee ijsjes gehaald, waarbij we heel nieuwsgierig werden aangekeken: Wie zijn die twee vreemdelingen?? 's Ochtends al vroeg vertrokken naar ‘Bladensburg National Park'. Doordat we vroeg waren hadden de kangoeroes nog zin om vrolijk om en vooral vóór onze camper te springen, maar we hebben ze allemaal heel gelaten. Dat in tegenstelling tot een andere toerist die in het visitor boek bij de Rangers Lookout in het gastenboek had geschreven dat ‘het fantastisch was geweest, maar sorry voor het vermoorden van de kangoeroe...'.

Na een paar uur rondgereden te hebben in dit NP, dat tot 1980 een gigantisch grote farm was waar her en der kluizenaars te vinden waren, was het plan om naar Morven te rijden. Nadat we al uren onderweg waren en we eindelijk tegen het eind van de dag redelijk in de buurt van onze overnachtingplaats kwamen, kreeg de camper een klapband. Daar sta je dan, een temperatuur van 40 graden, de zon vol op je bol en met opnieuw die duizenden vliegen (waar komen ze zo snel ineens vandaan??!). Uiteraard zónder beschrijving hoe het reservewiel onder de camper vandaan te krijgen, en tot overmaat van ramp nog steeds geen bereik op beide simkaarten. Het stadje waar je net doorheen bent gereden ligt 54 kilometer achter je, het eerstvolgende 40 kilometer voor je. Een auto aanhouden dan maar, en hopen dat de auto die twintig minuten geleden tegemoet kwam rijden waar je nog vriendelijk naar zwaaide niet de laatste auto was die deze dag over de weg kwam!

Al voordat we hem konden zien door de spiegeling op de weg konden we hem al horen: Een roadtrain! Precies, zo één waar ik even hiervoor nog over typte dat ze voor niets en niemand uit de weg gingen. Half op straat gaan staan en met onze armen gaan zwaaien, en de chauffeur liet zijn tientonner voor ons stoppen. Met wat hulp van deze handige chauffeur zaten we een uurtje later weer op de weg, maar moesten door de invallende schemer in combinatie met geen reservewiel meer hebben een dorp eerder overnachten.

Toowoomba, Lennox Head, Byron Bay, Murwillumbah, Mount Warning, Night Cap National Park

De volgende morgen op tijd vertrokken en in het derde dorpje was het raak: Een garage die een reservewiel voor ons had! Helemaal compleet konden we de weg naar de bewoonde wereld weer vervolgen. Op het eind van de dag in Toowoomba aangekomen, waar we twee nachten zijn gebleven.

's Ochtends maar weer naar het Visitor Information Center gegaan, waar dit keer alleen oude vrijwilligers bleken te werken. Een oud mannetje dat sprak alsof hij vergeten was zijn kunstgebit in te doen heeft ons ruim een uur aan de praat gehouden. Uiteindelijk konden we ontsnappen en hebben we ons de rest van de middag vermaakt in het stadje.

De volgende dag zijn we vertrokken naar Lennox Head. Hier ligt een bruin gekleurd meer, dat zijn kleur heeft gekregen door de tea tree bomen die eromheen staan en waarvan de bladeren die in het water vallen een bruine kleur afgeven. Nu zou dit ervoor zorgen dat je een heel zacht en schoon huidje krijgt, en na een aantal dagen stofhappen in de Outback leek dat ons wel een goed idee.

Helaas kwam de regen met bakken uit de hemel op het moment dat wij het meer in wilden en was het ook echt koud, dus hebben we deze duik overgeslagen en zijn naar Byron Bay gegaan.

Hier waren we al eerder geweest met Martin en Yvette, en vanwege de goede koffie besloten wij er opnieuw naartoe te gaan. Ook hier kwam de regen nog net zo hard omlaag. Na een tijd op internet te hebben doorgebracht en koffie te hebben gedronken klaarde de lucht op en konden we 's middags alsnog onder een blauwe lucht en een stralend zonnetje op het strand liggen. Bij onze eerste duik in de zee hadden we direct de kans om met wat dolfijnen te spelen die op vis aan het jagen was.  's Avonds zijn we voor het eerst in tijden naar de bioscoop geweest. Zoals op veel plaatsen in Australië was het ook hier ‘BYO' oftewel Bring Your Own, dus konden we met opnieuw een bak goede koffie naar Invictus kijken. Ook de volgende dag nog op het strand doorgebracht, in de hoop dat de dolfijnen zich weer zouden laten zien. Helaas bleven ze dit keer afwezig, dus heeft Gerjan voor mij een dolfijn nagedaan.

Op het eind van de dag naar Murwillumbah gereden, vanuit waar we nog een dag in wat National Parks zouden doorbrengen. Na ruim een uur gedaan te hebben over het koken van wat aardappelen, groente en vlees (5x een stortbui tussendoor, waardoor de hele bende weer naar binnen moest en we daarna weer opnieuw buiten het gasfornuis moesten droogmaken en aansteken) en het spelen van Yahtzee zijn we gaan slapen, stiekem schietgebedjes doende om lekkages te voorkomen. 's Ochtends via Mount Warning naar Night Cap National Park gereden voor een spectaculaire wandeltocht. En spectaculair was het, zij het op een andere manier als we verwacht hadden.. Al snel na vertrek kregen we het vermoeden dat er niet veel mensen zijn die deze wandeltocht maken, aangezien het pad dichtbegroeid was en we om de paar meter moesten bukken om onder takken door te kruipen. Ook het beloofde uitzicht was waarschijnlijk dichtgegroeid, of het was gewoon niet zo spectaculair als beschreven stond. Op onze weg naar boven en naar de camper haalden we onze benen open aan planten met scherpe stekels, en sprong Gerjan die voorop liep ineens een meter omhoog vanwege een zwarte slapende slang op het pad. Deze vriendelijke vriend was de grootste die we tot nu toe hadden gezien, en ik ben dan ook via een vreemde omweg en rare sprong om hem niet wakker te maken richting Gerjan gevlucht. Met het hart in de keel en een extra shot adrenaline nog even een foto gemaakt, om er vervolgens achter te komen dat er ook nog eens tientallen bloedzuigers zaten... Degenen die zich nog niet hadden vastgezogen snel geprobeerd te verwijderen en de pas erin gezet. Iedere krakende tak of vreemde vorm op het smalle natte pad zorgde ervoor dat we alleen maar sneller terug wilden zijn, en we waren allebei blij toen de camper in zicht kwam. Schoenen uit, en de schade bekijken. Allebei bebloede sokken, maar tot grote vreugde van Gerjan blijkt er dus toch een dier te zijn dat mijn bloed liever heeft dan dat van hem, want het aantal gaten in mijn voeten was groter...

Vanuit deze tocht zijn we doorgereden naar de watervallen, waar een heerlijk geasfalteerd paadje naar een mooi lookout point leidde. Hier in de wijde natuur onze pasta gekookt en in alle rust geluncht.

Tweed Head, Surfers Paradise, Cleveland, North Stradbroke Island

Na deze ‘heerlijke' dag in de natuur waarbij we genoten hebben van alle ‘vriendelijke' diertjes zijn we terug naar de kust gereden en hebben we in Tweed Heads overnacht. Na Tweed Heads volgden drie heerlijke dagen Surfers Paradise. Een Starbucks in de buurt, en uiteraard zon en zee, je bent immers niet voor niets aan de Gold Coast! Helaas niet kunnen surfen wegens letterlijk metershoge golven, dus braaf binnen de afgezette ruimte die bewaakt werd door strandwachten tot ons middel in het water geweest waarbij we regelmatig overspoeld werden door de golven.

Na Surfers Paradise volgde een nachtje Cleveland, waarna we de volgende ochtend met de ferry naar North Stradbroke Island zijn gegaan. Op onze voorruit een mooie roze sticker die ons toegang gaf tot scheuren op het strand! Als eerste hebben we hier een stop gemaakt bij ‘Brown Lake' zodat we toch nog onze duik in theewater konden maken. Dit is hoe het moet voelen voor een mier om in een resterend laagje thee in een mok te vallen! Hierna doorgegaan naar ‘Blue Lake' wat een wandeling van in totaal een uurtje was. Na hier onze lunch gegeten te hebben zijn we over het strand gaan crossen. Na wat rare blikken van mensen die zich afvroegen wat we met een camper op het strand wilden hebben wij ze even laten zien dat dit niet zomaar een camper is maar een Adventure Camper, door met het zand en zeewater opspattend richting de Yarraman Lagoon te scheuren. Hier gezwommen in een totaal verlaten maar mooie lagune: Het geluid van de oceaan op de achtergrond en krekels, kikkers, vogels en verschillende vissen als enige  gezelschap om ons heen.  Na nog een stuk strand aangekomen op de camping en ons opnieuw druk gemaakt om de meest belangrijke zaken wanneer je ver van huis bent: Eten, drinken en Yahtzeeën.

Dag twee op ‘Straddie' zoals het Australische Texel liefkozend wordt genoemd zijn we gestart met een wandeling langs een ruige kustlijn waarbij we dolfijnen zagen die hoog boven de wilde golven uitsprongen en met elkaar aan het spelen waren. Na een bak koffie en nog meer langs de kust crossen zijn we met onze handdoek en boek naar het strand gegaan om lekker te zwemmen, lezen en in de zon te liggen. Op het eind van de dag bij de volgende camping aangekomen waar ook weer wat dolfijnen nieuwsgierig in de baai zwommen. Na 's nachts nog één keer genoten te hebben van onze lekkende camper (jep, regen regen en regen!) was het de volgende ochtend weer zover om alle zooi op te ruimen en in te pakken. Wonderbaarlijk genoeg hebben we weer alles in onze backpacks gekregen en konden we een uur eerder dan oorspronkelijk het plan was in de volle regen de ferry op die ons weer naar het vasteland bracht. Voordeel van de regen was dat al het zout en zand van de auto was gespoeld en we een paar uur later een vrijwel schone camper bij Apollo konden inleveren. Na een avond en nacht genoten te hebben van een echt bed met een echt matras en een echt dekbed in net nieuw geopend Novotel vlak bij het vliegveld was het de volgende dag tijd om Australië vaarwel te zwaaien, hoog vanuit de lucht onderweg naar land nummer negen: Nieuw Zeeland!

Australië deel IIII

Route: Brisbane - Noosa Heads - Hervey Bay - Fraser Island - Airlie Beach - Whitsunday Islands - Cairns - Great Barrier Reef

Noosa Heads

Met het zwarte en 40.000 kilometer oudere broertje van de Toyota Camry die we in de eerste week van Australië hadden zijn we vanuit Brisbane naar Noosa Heads gereden. Na een pasta en Corona's hebben we heerlijk geslapen, voor het eerst sinds drie weken niet meer in ‘ons' camperbed. 's Ochtends hebben we een stuk gewandeld door Noosa National Park, om daarna nog te zwemmen in de oceaan die direct aan het park ligt.

Hervey Bay

In de middag zijn we naar Hervey Bay gereden. Na wat telefoontjes konden we een vrije plek vinden bij caravanpark ‘Coconut Grove', waar een heel oud mannetje van wie de vrouw was overleden de vervallen boel nog een beetje probeerde te runnen. We kwamen in een stokoud en schots- en scheef huisje, maar hadden wel een mega grote tv en een dvd speler, dus we hebben ons 's avonds maar eens aan de drie uur durende ‘The curious case of Benjamin Button' gewaagd... We wilden eigenlijk de dag erop al naar Fraser Island, maar alle tripjes zaten al volgeboekt. We hebben dus één dag in Hervey Bay doorgebracht met wat dingen uitzoeken en regelen voor de komende week, op het strand liggen, beetje rondrijden en wat eten.

Fraser Island

De volgende morgen werden we al vroeg opgehaald voor onze tweedaagse tour naar Fraser Island en om 11 uur zaten we in een 4-wheel-drive bus, met een chauffeur die al 18 jaar op dit eiland woont en een wandelende encyclopedie was. Fraser Island is het grootste zandeiland ter wereld, en er wonen slechts 300 mensen permanent op het eiland. Er zijn geen verharde wegen, afgezien van een klein stukje asfalt bij de eco-lodges in de buurt van de pier en er is afgezien van de mooie natuur niks te beleven. Vandaar waarschijnlijk dat de chauffeur alles las wat los en vast zat... Na het eerste halfuur hobbelen en schudden over zandpaden werden we bij Basin Lake uit de bus gelaten. Na een rondje om het meer volgde een wandeling van een uur waarbij we verschillende mooie stukken regenwoud passeerden (ja hoor, een eeuwenoud regenwoud blijkt prima te staan op zandgrond). 's Middags kwamen we aan bij Lake MacKenzie, een helderblauw zoetwatermeer met een wit zandstrand. Na een lunch hebben we hier gezwommen, gesnorkeld (Martin die op zoek was naar goud ofzo...) en op het strand gelegen en genoten van het mooie uitzicht.  Na Lake MacKenzie werden we naar onze lodges gebracht om te douchen, en 's avonds in de Dingo Bar een verschrikkelijk slechte maaltijd naar binnen te werken...

De volgende morgen zijn we in de stromende regen (ook in Australië doen de weermannen voorspellingen die niet kloppen!) over 75-mile beach gescheurd, met daarna weer in de volle zon stops bij Eli's Creek, The Colored Sand Pinnacles, de Champagne Pools en Indians Head. Tussendoor was er nog de mogelijkheid in een piepklein vliegtuigje vanaf het strand boven Fraser Island te vliegen, dus niet veel later stonden Martin en ik te trappelen om het vliegtuigje in te mogen. Maar trappelen was niet genoeg volgens de piloot (gekleed in korte broek en kniekousen): Bij het in het vliegtuig klimmen even de voetjes omhoog en laten afborstelen door deze meneer. Na een klein stukje vaart maken vlogen we de lucht al in en hingen we een paar tellen later schuin boven de oceaan op zoek naar haaien en dolfijnen, om vervolgens nog schuiner over de boomtoppen van Fraser Island heen te scheuren. Na een paar keer zowel links als rechts de wereld aan mijn raampje voorbij te hebben zien draaien wist ik ineens waarom Gerjan de 70 dollar in zijn zak had gehouden en nog in de bus zat, maar gezien mijn voorliefde voor 6-Flag attracties en Martin's slecht werkende evenwichtsorgaan waardoor hij overal tegen kan kwamen we een kwartier later weer lachend aan de grond bij het schipwrak de Maheno. Om vijf uur hebben we de boot naar het vasteland genomen en zijn we terug gegaan naar Villa Kakkerlak, zoals we ons huisje op Coconut Grove inmiddels noemden. Ik hoef vast niet te vermelden dat het huisje deze naam heeft gekregen door de 15 cm grote kakkerlakken die gezellig naast je tv zaten te kijken, of 's morgens vanaf het nachtkastje verliefd naar je zaten te knipperen...

Airlie Beach

De volgende morgen zijn we om zes uur weg gereden, klaar voor de 880 km naar Airlie Beach voor een ééndags-cruise naar drie van de 75 eilanden van de Whitsunday Islands. En wat doe je als je 10 uur in de auto hebt gezeten? Juist, plassen zodra je uit de auto bent. Martin had het genoegen de eerste te zijn die naar het toilet mocht in ons huisje. Al snel hoorden we hem doortrekken en kwam hij teruglopen met de opmerking ‘Jullie raden nooit wat er in de toilet zit'. Inderdaad, dat lukte ons niet en na vijf verschillende suggesties van Gerjan bleek er een grote gifgroene kikker in de pot te zitten. Martin dacht eerst dat het een toiletblok was (in de vorm van een kikker..) omdat het bij de rand zat, maar na voor de zekerheid doorgetrokken te hebben bleek het een levend exemplaar te zijn dat bedremmeld voor zich uitkeek na een stortbak water over zijn kop gekregen te hebben. En dan heeft hij nog geluk gehad dat het slechts water was.. Lang verhaal kort: Kikker loopt weer buiten en heeft ons die nacht aardig wakker gehouden met zijn luide gekwaak.

Whitsunday Islands

Met een mooie Catamaran voeren we de volgende ochtend om half negen uit. De eerste stop was op Daydream Island en hier hebben we in het zwembad gezwommen en lekker niks gedaan. Na anderhalf uur voeren we verder via een omweg vanwege de wind en bijbehorende golven naar Whitehaven Beach. It's all in the name, want dit eiland heeft een 7 km lang wit zandstrand dat uit zo fijn zand bestaat dat we waarschijnlijk het zand volgend jaar nog tussen de vezels van onze kleding terugvinden.

In onze Stinger-suits (klinkt stoerder dan het eruit zag...) zijn we het strand opgegaan. Vanwege het kwallenseizoen wordt aangeraden niet zonder pak in de oceaan te zwemmen, dus het hele strand was bevolkt met kleine, grote, dikke en dunne mensen in strakke lycrapakken.. Dat geeft even het idee dat je op een buitenaardse planeet bent beland, maar door je zicht gewoon op de omgeving te richten zakt dat gevoel al snel weg: Stilte, blauw water, wit strand, in de verte aan de horizon wat luxe bootjes en andere eilanden... vakantie!! Na een heerlijke lunch op de boot was het tijd voor de laatste bestemming van deze dag, Hook Island. Na het vissen voeren heeft Martin hier nog een duik gemaakt. Wij zijn even gaan snorkelen om ons vervolgens  rot te ergeren aan alle malloten die op het koraal gingen staan om met elkaar te kunnen praten en mensen die nauwelijks kunnen zwemmen en anderen de snorkel uit hun mond trappen, dus na een kwartier waren we het water weer uit.  Om zes uur waren we uitgewaaid en wel weer terug in ons huisje in Airlie Beach.

Cairns

De volgende ochtend zijn we op tijd weggereden voor de volgende lange rit: 620km naar Cairns, waar we de volgende dag al met een liveaboard trip van drie dagen mee zouden gaan.Op het eind van de middag hebben we ingecheckt in het hotel, dat definitief de boeken in gaat als meest benauwde en hete hotel ever, wat alles te maken heeft met de temperatuur buiten. Cairns is warm, benauwd en nat: Regenseizoen.  De volgende morgen zijn we met onze  duikspullen en wat andere bagage naar de haven gelopen, om daar op een catamaran met de naam ‘The Reef Experience' te stappen die ons met 1,5 uur varen naar ‘The Reef Encounter' bracht. The Reef Encounter is een catamaran van 35m lang, een jacuzzi op het dek en heerlijke loungebanken binnen. Maar het belangrijkste waarom we daar waren: Duiken op het Great Barrier Reef!!

In de middag zoefden we over allerlei soorten koraal, hebben we een paar white tip reef sharks en schildpadden gedag gezwaaid en hebben we wat Nemo's gepest. Zowel tijdens de lunch als het avondeten restaurantwaardige maaltijden voorgeschoteld gekregen, en 's avonds door de golven heerlijk in slaap gewiegd in onze cabine. De volgende morgen om 6.30u stonden we onze duikpakken alweer aan te trekken en om 7 uur maakten we de eerste duik. Heerlijk rustig, visjes die knipperen met hun ogen omdat ze net wakker worden, schildpadden op zoek naar een ontbijtje en het ochtendlicht op het koraal.  In de loop van de dag nog drie duiken gemaakt, waaronder een nachtduik. Met een zaklamp in je hand het donkere water in. Alsof je als een astronaut door de ruimte zweeft, zo surrealistisch.  Alles donker om je heen, hier en daar een zaklamp van de andere duikers en de vreemde vormen van het koraal wanneer je erop schijnt, alsof je in een bos loopt. 

De volgende morgen in de regen nog twee duiken gemaakt, daarna gedoucht en de spullen gepakt. In de stromende regen op het glasbodem bootje gestapt voor de overtocht naar The Reef Experience, die ons weer terug aan land zou brengen. Vanwege de golven konden de twee catamarans niet naast elkaar aanleggen. Helaas besloot het bootje dat ‘ie er even geen zin meer in had, en werden we door een ander motorbootje naar The Reef Experience gebracht. En een ervaring was het... kletsnat door de regen en het rondjes draaien tussen hoge golven kwamen we aan boord, waar we in de middag gelukkig een wijntje met kaas en crackers kregen.

's Avonds uit eten geweest om een laatste avond te genieten van de logica- en onlogica waarmee Martin ons de afgelopen weken heeft vermoeid, want hij is vandaag op het vliegtuig naar Nederland gestapt. Wees een beetje lief voor hem mensen, hij heeft zijn teentjes bezeerd aan de vinnen en heeft een aantal vreemde rode vlekken op zijn rug doordat hij niet zo goed is in het aanbrengen van zonnecrème..  Wij hebben inmiddels onze 4-wheel drive camper opgehaald en hebben Cairns verlaten. We laten een spoor van vernieling achter, want waar we eerder zijn geweest woeden bosbranden, en in Cairns wordt een orkaan verwacht....

Australië deel III

Route: Sydney - Cessnock - Hunter Valley - Raymond Terrace - Newcastle - Port Maquarie - Hat Head - Nambucca Heads - Coff's Harbour - Byron Bay - Tweed Heads - Surfers Paradise - Coomera - Brisbane

Na een rustige Nieuwjaarsochtend zijn we tegen de middag naar Cessnock gereden, dat in de Hunter Valley ligt. De Hunter Valley is een mooi gebied waar tientallen wijnhuizen liggen, waaronder Lindemans. Zelfs op de camping stonden we tussen de wijnranken. Uiteraard lagen we 's avonds niet al te laat alle vier in dromenland, om de volgende morgen weer fris en fruitig op te kunnen staan om bij wat wijnhuizen te gaan proeven. Omdat we elf uur wel erg vroeg vonden om aan de wijn te gaan, hebben we een rondje door het stadje gelopen en koffie gedronken. Tegen één uur zijn we bij de eerste Winery gestart: ‘McGuigan'. De keuze viel met name op dit wijnhuis vanwege de kaasboerderij die erbij hoort. Na verschillende wijntjes geproefd te hebben met behoorlijk wat uitleg van een vriendelijke en enthousiaste man zijn we ons zakgeld eerst gaan opmaken in het kaaswinkeltje. Na een aantal (alle...) kaasjes geproefd te hebben, zijn we met een zakje stinkkaasjes terug naar de camper gegaan om naar Lindemans te rijden. Duidelijk zichtbaar dat Lindemans één van de bekendere en grotere wijnhuizen is gezien het gebouw en de oprit, alleen erg jammer dat er zulke ongeïnteresseerde medewerkers achter de bar stonden. Na drie wijntjes geproefd te hebben zijn we zonder iets te zeggen weg gegaan, en het zal mij verbazen als het personeel dit gemerkt heeft.

Na Lindemans was buurman (vrouw?) Rosemount aan de beurt. Hier gelukkig wel aardige medewerkers, maar zij hadden duidelijk ‘last' van de slechte bediening bij Lindemans want het leek erop dat iedereen naar dit wijnhuis vluchtte.. Vanwege de smaak van de wijn én het gevoel over de behulpzaamheid hebben we uiteindelijk wat wijntjes bij McGuigan gehaald, die we 's avonds tijdens het toepen in combinatie met toastjes en de heerlijke kaasjes soldaat hebben gemaakt.... 's Morgens zijn we naar Port Maquarie gereden, na een stop gemaakt te hebben bij Nobby's Head.  Nobby's was een eiland tot 1846. Nu kun je er over een pier lopen langs een vuurtoren en met een beetje wind zijn er aardige golven te zien. Helaas liepen wij er in de regen maar hadden wel geluk met de wind, de golven, en vooral de man op de fiets die een flinke golf over zich heen kreeg....  Gelukkig werd het weer beter naarmate we dichterbij Port Maquarie kwamen, en konden we de volgende dag eindelijk weer eens genieten van de zon, na een paar bewolkte dagen. Gerjan en ik zijn gaan wandelen, een stuk langs wat highlights in het stadje zelf en door een klein natuurpark. Ondanks dat het een klein park was, was er genoeg te zien en aan het eind van de wandeling kwamen we bij bomen waar honderden vleermuizen in hingen. 's Middags een kijkje genomen bij het Koala Hospital. Hier worden koala's opgevangen die zijn aangereden, gebeten door honden of uit bosbranden gered zijn, om maar wat voorbeelden te noemen.  De zwakste koala's krijgen voer uit een spuitje, anderen hangen vrolijk in bossen vol groen en willen nooit meer weg uit dit rusthuis waar ze goed verzorgd worden door lieve vrijwilligers. 

Na twee nachten werd het tijd om weer verder te rijden. 's Middags een stop gemaakt in Hat Head, waar we een duik in de zee genomen hebben voordat we gingen lunchen op het strand. Tijdens een wandelingetje vonden we nog een slang in de branding. Na de strandwachten gealarmeerd te hebben, werden er allerlei suggesties gedaan over wat voor slang het was (hoorde hij in de zee? Hoorde hij op het land?). Uiteindelijk deed een voorbijganger het verlossende woord en niet veel later was de slang een paar honderd meter verderop gebracht in de duinen en konden alle kleine kindjes weer veilig verder met hun zandkastelen. 's Avonds overnacht op een rustige camping direct aan de oceaan in Nambucca Heads. Vanuit Nambucca Heads doorgereden naar het surferstadje Byron Bay met een tussenstop in Coffs Harbour. Hier zijn we Muttonbird Island opgelopen. What's in a name,  op deze heuvel zitten honderden ‘Muttons', een soort zwarte meeuwen die rond januari jonkies hebben en deze grootbrengen in holen onder de grond. Hoewel we ontelbare holen langs de wandelroute gezien hebben, bleven de vogels zelf helaas goed verstopt. In Byron Bay gelijk de plannen gemaakt voor de komende twee dagen: Één dag surfen en één dag duiken.

De volgende ochtend werden we opgehaald door een typische Australische surfdude, in een busje met een aanhanger vol surfplanken. Aangekomen op het strand van Lennox Head kregen we eerst een goede warming-up, waarna we op het strand de basisstappen van het surfen op onze plank moesten oefenen. Daarna met de plank het water in en op zoek naar de juiste golven, om daarna ultra-cool op een golf richting strand te surfen. Althans, dat is het idee.. Makkelijker gezegd dan gedaan: na twintig keer ondersteboven te zijn gespoeld door de golven lukte het dan eindelijk om een stuk mee te peddelen en op je hurken op de plank te komen, maar voor je de kans had om daadwerkelijk op je plank te gaan staan lag je alweer in het water. De eerste die staand op zijn plank een paar meter voorbij kwam scheuren was Martin (volgens Gerjan omdat hij een klein opdondertje is, volgens Martin zelf omdat hij nu eenmaal heel atletisch is. Aan jullie de keuze wat de werkelijke reden is..).  

Na anderhalf uur worstelen in het water met een paar keer op een plank gestaan te hebben kwamen we redelijk moe het water uit. Surfen is hard werken!! Dan ook nog eens te horen krijgen dat je vanaf de surfschool niet teruggebracht wordt naar de camping, waardoor we de hele weg terug moesten lopen maakte het een wel heel sportief dagje. Yvette heeft daar nog een tweede dag surfen geboekt, en wij hadden onze duiken al geboekt voor de volgende dag. 's Middags lekker uitgerust, weer eens wat boodschappen gehaald voor een echte Aussie BBQ  en de camper op een ander plekje geparkeerd om de drie dikke Australische dames die de hele dag vloekend in hun tent lagen niet meer te hoeven horen...  Op onze nieuwe plek hadden we ‘last' van hele andere geluiden: Twee dikke koala's die elkaar zaten uit te dagen. Stel je het geluid van wilde zwijnen voor, maar dan uit de keel van deze schattige pluizige beestjes, erg grappig!

Midden in de nacht brak de hemel open en kwam er een bui regen omlaag storten, gevolgd door nog een paar van deze buien. Het zonnescherm dat nog uitstond werd gered door Martin, de raampjes en bovenluiken door de rest. En vanaf dat moment maar duimen draaien op een droge dag tijdens het duiken. De volgende morgen scheen de zon gelukkig weer volop, en om half elf reden we met een grote 4-wheel-drive met aanhanger waar de boot op lag weg bij de duikschool.  Aangekomen op het strand werd de boot te water gelaten, konden wij erop klimmen en scheurden we tussen de surfers en zwemmende kinderen de baai uit de oceaan op.  Twee mooie duiken gemaakt, zicht was niet heel goed vanwege de sterke stroming die ons ook alle kanten opduwde, maar de dieren onder water maakten dat helemaal goed! Al toen ik net het water insprong en omlaag keek kwamen er drie Eagle Rays op hun gemak onder me doorgezwommen. Tijdens de duik kwamen we verschillende soorten schildpadden tegen van klein tot gigantisch groot, een Bull Ray, Leopard Sharks, hele scholen Bluespotted Stingrays, Pufferfish, Spotted Wobbegongs, Scorpion Fish en Murenes. Na het duiken lekker bij de Italiaan een late lunch gehaald, en toen Yvette terug was van het surfen zijn we naar Tweed Heads gereden.

's Ochtends een beetje rondgelopen door Tweed Heads, wat direct aan de oceaan ligt, en in de middag was ons plan om te gaan zwemmen in Surfers Paradise. Jammer genoeg was het daar zo druk dat we de camper nergens geparkeerd kregen, dus na een uur rondjes rijden hebben we Surfers Paradise gedag gezwaaid en zijn uiteindelijk op een camping terecht gekomen in Coomera. Yvette en ik zijn lekker samen bij de Thai wezen eten terwijl Gerjan en Martin de laatste restjes uit de koelkast en vriezer opmaakten (Hamburgers, worstjes, hamburgers.. uiteraard in combinatie met Corona's!). 's Ochtends in de hitte al onze spullen ingepakt, de camper opgeruimd en richting Brisbane gereden.

Na een broodje Subway hebben we Yvette naar het treinstation gebracht en uitgezwaaid, die van het verdere kamperen afziet en maandag weer terug naar de farm vliegt.  Daarna zijn we de camper gaan omruilen voor dit keer een zwarte Toyota Camry en hebben anderhalf uur genoten van een stille, stabiele en snelle auto. Heerlijk na drie weken in een luidruchtige, half uit elkaar vallende camper gereden te hebben. Vanaf hier gaan Gerjan, Martin en ik onze tocht richting Cairns vervolgen!

Australië deel II

Route: Craigieburie, Junee, Blackheath, Blue Mountains, Sydney

Na Melbourne zijn we via het binnenland in twee dagen naar de Blue Mountains gereden. In Junee, een gat ergens in New South Wales waar we overnacht hebben, zat een ‘Organic Chocolate Factory'. Gezien de chocolade verslaving van Yvette en mij en natuurlijk onze opvoeding met "Sjakie en de Chocoladefabriek" hadden Gerjan en Martin geen andere keuze dan mee te gaan. Voor vier dollar per persoon kregen we een rondleiding en proeverij. Helaas was het zondag en was er dus geen machine aan het draaien, en de proeverij bleef beperkt tot een dropje, een chocolade rozijn en een chocolade nootje. Daarna hebben we de fabriek nog eens extra gespekt door een zakje heerlijke chocolade macadamia's te kopen. Eerlijk is eerlijk: Lekkere chocolade, vooral 's avonds in bed met de laptop tussen ons in terwijl we naar Greys Anatomy keken!

Aangekomen in de Blue Mountains bleek er in Katoomba, de grootste plaats in dat gebied, slechts één camping te zitten, die heel klein was én uiteraard volgeboekt was tot en met eind januari... Aangezien de Blue Mountains een National Park is, mag je er ook niet wild kamperen en bleef er niets anders over dan een dorpje terug te rijden. In Blackheath hebben we voor veel geld twee nachten op een camping kunnen boeken. De volgende dag zijn we gaan wandelen in de Blue Mountains. De Blue Mountains hebben hun naam gekregen door de blauwe waas die boven de bossen hangt, wat door de vrijkomende olie van de eucalyptusbomen komt. Vanuit Katoomba vertrekken vrijwel alle wandelroutes, en op het Echo Point kon je over de hoofden lopen. Vanaf Echo Point kun je Mount Solitary en de beroemde Three Sisters zien, een rotsformatie die hun vorm hebben gekregen door erosie. Zoals in elke streek is er een legende over hoe natuurwonderen ontstaan zijn. Over de Three Sisters wordt door de Aboriginals beweerd dat het drie zussen zijn die door hun vader zijn opgesloten om ze te behoeden voor een bunyip. Toen de dreiging voorbij was, kon hij ze niet meer omtoveren naar mensen.

Via de Giant Staircase, een trap grotendeels van stenen die uit de berg gehouwen zijn, zijn we omlaag gelopen. Onderweg goed oppassend dat we geen Japanners omver liepen of zelf over de gladde smalle treden naar beneden gleden. Na een wandeling door het bos is Martin weer met een andere trap (1080 treden) omhoog gerend en hebben Gerjan en ik de kabelbaan gepakt... die helaas aan de andere kant van het stadje uitkwam waardoor we alsnog veertig minuten terug moesten lopen naar de afgesproken plek.. Eerst boodschappen gedaan, daarna geluncht in het park. 's Middags lekker nog even in de zon gelegen, die zich de afgelopen dagen niet veel had laten zien.

De volgende morgen op tijd vertrokken uit Blackheath en naar de Wentworth Falls gegaan. Erg mooi en dankzij het vroege tijdstip nog heerlijk rustig. Gerjan en Martin zijn voor de vier uur durende wandeling gegaan, en stonden na twee uur redelijk doorwandelen alweer in de camper.  Vanaf hier was het nog maar een klein stukje naar Sydney, waar we gelukkig al een aantal maanden eerder een camping geboekt hadden voor Oud en Nieuw. 's Middags even op schoenenjacht geweest, aangezien wij beiden alleen slippers of wandelschoenen hadden en we voor Oudejaarsavond weleens wat nieuws wilden. Zoals altijd als je op zoek bent konden we niets vinden en kwamen na half Sydney doorgelopen te hebben met lege handen en zes Corona's thuis.

De volgende morgen opnieuw op pad, voor dezelfde missie. Gerjan wist mij namelijk pas de avond daarvoor te vertellen dat hij in de eerste winkel wel leuke schoenen had gezien (en dan wordt er van vrouwen gezegd dat ze eerst alle winkels afgaan om uiteindelijk in de eerste terug te komen...). We konden allebei binnen een uur slagen, en na een Starbucks en nog een kleine wandeling door de stad zijn we terug gegaan naar de camper. Althans, dat dachten we. Helaas bleek dat de accu's van de camper ermee opgehouden waren, met als resultaat een warme koelkast en een ontdooid vrieskastje. Martin en Yvette waren dus al de hele ochtend op pad om nieuwe accu's te regelen en vervolgens moest er nog een uur gereden worden om deze op te laden. Uiteindelijk was het voor iedereen nog haasten om te lunchen, douchen en om te kleden om op tijd op Circular Quay aanwezig te zijn, want om 17.00u zouden de toegangspoorten gesloten worden.

We hadden kaartjes voor een bar op Circular Quay dus wilden we er wel op tijd zijn. Ik zal een aantal uur van deze dag skippen in het verhaal, maar de woorden stress, tijdgebrek en irritatie lijken me duidelijk genoeg.. Gelukkig konden we allemaal opgelucht ademhalen en onze schouders ontspannen toen we aan ons ene gratis drankje dat bij het toegangskaartje hoorde zaten. Uiteindelijk vloog de tijd voorbij mede dankzij de gezellige vreemdelingen vanuit alle windstreken om ons heen en knalde om negen uur het eerste vuurwerk (speciaal voor de families met kinderen) al de lucht in. Een paar drankjes en veel sterke verhalen later was het tijd voor het grote werk. Iets voor twaalf uur zijn we zover als mogelijk richting het Opera House gelopen om daar het spektakel te kunnen gadeslaan. Ruim twintig minuten werd er met veel spektakel vanuit verschillende kanten maar vooral vanaf de Harbour Bridge voor 3 miljoen dollar aan vuurwerk de lucht in geknald.

Happy Newyear!!!!

Australië deel I

Route: Perth - Geraldton - Coral Bay - Carnarvon - Kalbarri - Adelaide - Barossa Valley - Beachport - Halls Gap - Petersborough - Great Ocean Road - Geelong - Melbourne

Perth

Na wat vertraging op Singapore vanwege het slechte weer leverde de aankomst op het vliegveld van Perth ons één natte backpack en een chagrijnige taxichauffeur zonder wisselgeld op, waardoor we teveel betaald hebben voor een ritje naar ons te dure F1 hotel en waar we vanwege het late tijdstip genoodzaakt waren ons diner te halen bij de 24/7 McDonald's. De volgende morgen heeft Gerjan al vroeg de auto opgehaald en kon ik vanuit het hotelraam zien hoe er een vrijwel nieuwe Toyota Camry de parkeerplaats op kwam scheuren. Let the journey begin!

We hadden besloten dat we wilden duiken in Coral Bay, een klein plaatsje dat bekend staat om de onaangetaste riffen én de vele Manta Ray's. Het enige ‘nadeel' was dat we 4,5 dag de tijd hadden voor onze volgende vlucht en een enkele reis naar Coral Bay 1150 km is. Maargoed, je hebt een nieuwe auto of je hebt een nieuwe auto, dus gas op de plank! De eerste overnachtingplaats was Geraldton. Geraldton is onder meer bekend vanwege de muiterij op de Batavia, die zo'n 60 km voor deze stad schipbreuk heeft geleden, en om het Hollandse schip ‘de Zuytdorp' dat hier vergaan is. We zaten in een bed & breakfast waar we die dag de enige gasten waren en hadden de hele (grote en mooie!) keuken dus voor onszelf. Konden we eindelijk weer onze favoriete Chicken Caesar Salad maken! ‘s Morgens zijn we al vroeg vertrokken, om op het eind van de middag aan te komen in Coral Bay. Ons ‘budget backpackers hotel' kostte ons ‘slechts' 85 dollar voor een hokje voor een nacht. We moeten nog een beetje wennen aan het grote verschil tussen Azië en Australië, slik..

De volgende ochtend bij het duikcentrum verzameld, onze spullen bij elkaar gezocht en de boot opgegaan. Omdat het Ningaloo  rif zo dichtbij ligt (je kan zelfs vanaf het strand de zee inlopen en 5 meter verder al boven koraal snorkelen) waren we al snel op de eerste duikplek.  Heerlijk gedoken, veel vis en koraal gezien, een enorm grote ‘Bull Ray' die zich in het zand probeerde te verstoppen en tijdens de 3 minuten stop kwam er een schildpad voorbij zwemmen. Na deze duik volgde het snorkelen met manta's. De volwassen manta's kunnen een spanwijdte van wel 9m. bereiken en 1000kg zwaar worden. Aardige beestjes om mee te snorkelen dus, maar in tegenstelling tot vele andere ray's hebben ze geen giftige staart.  In totaal zijn we op drie verschillende plaatsen het water gegaan en hebben boven een groep van zes tot zeven Manta's gezwommen. Super gaaf!!

De tweede duik was net als de eerste erg mooi. Halverwege zijn we op een kleine zandplaats gaan zitten voor een groot koraalblok en al snel zwommen er twee Grey Reef Sharks om ons heen. Opnieuw: Super gaaf! Daarna doorgezwommen naar een grot waar een Grey Nurse Shark zou kunnen zitten, door de divemaster ‘Mathilda' genoemd. De dagen daarvoor was ze er niet, maar ineens zagen we een grote bek met witte tanden vanuit het donker en heeft ze een keer voor de show heen- en weer gezwommen voor haar grot.  Deze dag heeft de lange trip in ieder geval meer dan waard gemaakt! Na het duiken zijn we begonnen aan de terugweg naar Perth, waar we twee dagen over konden doen. Onderweg een stop gemaakt in Kalbarri National Park. 's Ochtends vroeg hebben we nog even toegekeken bij het Pelikaan voeren, waarbij een ambulance kwam aanscheuren waar een Kerstman uit kwam lopen. Niet alleen de pelikanen stonden te lachen om de scheefgezakte nepbaard... 's Middags de auto ingeleverd en naar het vliegveld gegaan voor onze vlucht naar Adelaide.

Adelaide

Na een korte vlucht waarbij we de tijd weer moesten verzetten kwamen we aan in Adelaide en na een taxiritje waren we in het hostel waar Yvette al een kamer had geregeld.  Super leuk om elkaar weer te zien na drie maanden, en bij te kletsen. De volgende morgen om half negen werd ook Martin door een taxichauffeur voor de deur gedropt en waren we na een ontbijtje klaar om ons huis voor de komende 3 weken op te halen. Nadat we door een heel zenuwachtig figuur (trillende handjes, zweterige bovenlip) de uitleg over de ‘kempert' hadden gekregen zijn we vertrokken met het gevaarte. Overigens zijn we nog op zoek naar een mooie naam voor de camper, die zowel stoer (voor de mannen) als lief (voor de vrouwen) is. Dus kom maar op met de suggesties!

Barossa Valley

Na wat inkopen gedaan te hebben die nauwelijks in de camper passen zijn we naar de Barossa Valley gegaan, iets buiten Adelaide.  Hier zijn we naar ‘Saltram' wijnhuis gegaan, waar we een aantal verschillende wijntjes hebben geprobeerd. Een bubbelwijntje, witte wijntjes, rode wijntjes, dessertwijntje.. Uiteindelijk met lege handen vertokken en besloten de komende dagen nog een keer een ander wijnhuis op te zoeken waar we alle vier de wijn beter zouden vinden. Tot een uur of negen 's avonds hebben we met zijn drieën Martin wakker gehouden (die al bijna drie dagen onderweg was) en daarna brak onze eerste nacht in de camper aan.

Beachport

De volgende dag zijn we doorgereden naar Beachport, waarbij we een lunchstop hebben gemaakt aan de kust bij het Coorong National Park. Hoewel gezegd werd dat dit een ideale plek was om je hengel uit te werpen hebben wij het bij een boterham met pindakaas gelaten.

Halls Gap

Hierna volgde de tocht naar Halls Gap. Onderweg een stop gemaakt in Mount Gambier. Hier hebben we ‘the Blue Lake' bekeken. Een meer in een krater, die enkele maanden per jaar felblauw kleurt, en de overige maanden dezelfde kleur heeft als andere meren in dezelfde omgeving. Het schijnt nog steeds niet helemaal duidelijk te zijn wat de oorzaak is van het verkleuren van dit meer. Halls Gap ligt in het midden van natuurpark the Grampians. Zagen we tot nu toe alleen nog maar doodgereden kangoeroes langs de weg, hier waren ze gelukkig nog letterlijk en figuurlijk springlevend en liepen ze 's ochtends en 's avonds om onze camper heen.

In de Grampians wat gewandeld en opnieuw verder gecrost naar de overnachtingbestemming Petersborough. Hier wilden we naar ‘Cheese World' maar aangezien het kerstavond was, kwamen we net te laat aan en waren ze gesloten. Geen lekkere kaas en wijn voor ons dus op kerstavond, dat werd weer gewoon een bakje thee met een biscuittje..

Great Ocean Road

Op eerste kerstdag volgde de Great Ocean Road. Er zijn slechtere plaatsen om de kerst door te brengen. De Great Ocean Road betekend weinig rijden en veel stoppen en uitstappen, want om de kilometer is er weer een nieuw uitkijkpunt wat je eigenlijk niet moet en wil missen. Er stond flink wat wind met als gevolg dat de golven metershoog waren en tegen de kliffen aanbeukten. Ontzettend mooi om te zien, des te meer reden om goed op te passen niet van een rots af te glijden het water in..

Het uitzicht op alle rotsen, kliffen en de golven laat je begrijpen hoe het kan dat hier zoveel schepen zijn vergaan, wanneer ze in de mist op de juiste plek probeerden aan te varen. Één van de bekendste gestrande schepen is de Loch Arch, welke in 1878 is vergaan. Dit schip heeft een drie maanden durende reis gemaakt vanuit Engeland, en de laatste avond voor aankomst werd er flink gefeest. Het weer de volgende ochtend was zo slecht dat de schipper de haven nooit heeft kunnen bereiken en er slechts twee overlevenden zijn van de 55 passagiers en 35 bemanningsleden. Uiteraard volgde hierna de bekende ‘Twelve Apostels' waarvan wij er nog maar acht zagen staan. De rest is in elkaar gestort of niet zichtbaar boven water. De tocht naar Cape Otway was een beetje zonde van onze tijd, aangezien Eerste Kerstdag de enige dag in het jaar is dat de vuurtoren is gesloten. Dat betekende weer een half uur terug slingeren en hobbelen naar de hoofdweg met de ‘kempert'.

Melbourne

Na een overnachting in Geelong volgde een korte rit naar een buitenwijk van Melbourne, waar we met de trein naar Melbourne zijn gegaan. Tweede Kerstdag in Australië is ‘Boxing Day'. Oftewel uitverkoop, uitverkoop en uitverkoop. Kwam perfect uit aangezien ik nog wat nieuwe kleding nodig had, dus het eerste anderhalf uur zijn Gerjan en ik winkel in en winkel uit gescheurd, terwijl Yvette en Martin in een internetcafé zaten. Na de lunch hebben we wat gebouwen bekeken en een stukje langs de rivier gewandeld. Melbourne is een mooie stad met een aantal oude koloniale gebouwen met op de achtergrond nieuwe hoge kantoorpanden.  

Morgen gaan we Oud & Nieuw vieren bij de Sydney Harbour Bridge.

Bij deze willen we iedereen alvast een heel gelukkig nieuwjaar wensen!!

Laughing